BEELDHOUWKUNST
 

De opleiding

Vanaf het begin wordt de nadruk gelegd op het studeren naar de natuur en het leren analyseren van ruimtelijke vormen in het algemeen. Aan de hand van klassieke gipsbeelden (voeten, handen, portretten, torso’s) wordt duidelijk gemaakt hoe men verhoudingen, referentiepunten, onderlinge afstanden,…kan ontdekken en interpreteren.
Na het uitbouwen van een grondig waarnemingsvermogen gaat men vooral werken naar levend model en portret. De anatomie van het volledige menselijke lichaam en de beweging hiervan in de ruimte wordt uitvoerig besproken en geanalyseerd.
Een volgende stap is het zoeken en interpreteren van accenten en karakteristieke eigenschappen die bij elk model of houding te vinden zijn. Kracht en dynamiek van het waargenomene worden belangrijker dan de letterlijke eigenschappen van het menselijk lichaam. De realiteit wordt geïnterpreteerd en verwerkt waardoor men een persoonlijke impressie neerzet binnen de modelstudie. Harmonie, evenwicht en eenheid van het menselijk lichaam mogen hierbij uiteraard niet uit het oog verloren worden. Met al deze opgedane kennis en ervaring wordt, als kers op de taart, een levensgroot model geboetseerd.

Compositie

Naast deze klassieke opdrachten wordt er tevens aandacht geschonken aan het creatieve denkproces van de student.
Aan de hand van specifieke opdrachten wordt duidelijk gemaakt hoe nauw het abstracte en figuratieve met elkaar verbonden is.
Klassieke vormgeving en hedendaagse kunstuitingen ondergaan geregeld eenzelfde soort wetmatigheden wat betreft compositie, esthetiek, verhoudingen,….
Het waarnemend boetseren los laten en zich dusdanig leren verplaatsen in een abstractere vormentaal en denkwijze is hierbij het streefdoel. De persoonlijke evolutie, werkproces en de tussentijdse besprekingen zijn hierbij van groot belang.
Raakvlakken en linken met beeldhouwers uit de kunstgeschiedenis worden opgezocht en bestudeerd. Hierdoor krijgt men een breder perspectief op het klassieke én het hedendaagse kunstgebeuren en ontstaat er een zekere maturiteit inzake kunstbeleving in het algemeen. Durven experimenteren met diverse materialen, armaturen, technieken,… vormt hierbij een natuurlijk onderdeel.

Atelier

Een niet te onderschatten voordeel van ons atelier is het feit dat alle verschillende jaren samen les volgen. De kruisbestuiving die hierbij ontstaat op creatief vlak (zowel bij het figuratieve als bij het abstracte) is van groot belang. Leerlingen leren van elkaar en spelen bewust of onbewust visuele en intellectuele informatie aan elkaar door.

Techniek

Omdat techniciteit en vakkennis van belang zijn om tot degelijke eindresultaten te komen, wordt hier gedurende de hele opleiding aandacht aan besteed.
Allerlei stellages of armaturen die dienen als drager van een beeld uit klei of gips, worden besproken en uitgevoerd afhankelijk van het onderwerp.
Vervolgens zijn er de diverse afgiettechnieken. Men start met een eenvoudige mal uit slechts één deel (bvb. een studie van een voet uit het eerste jaar) en eindigt met een complexere mal, bestaande uit vele delen (bvb. een levensgrote modelstudie uit het vijfde jaar). Naast de “verloren” gipsmallen kunnen stukmallen of rubber mallen ook aan bod komen.
Tot slot kan de leerling ook rechtstreeks met allerlei materialen werken (gips, terracotta, papier, metaal, papier-maché,), dit is echter afhankelijk van de opdrachten en de gekozen ontwerpen.

 

Documentatiemap

Het onderhouden en afwerken van een documentatiemap loopt als een rode draad doorheen de hele opleiding. Doelstelling is om een origineel logboek bij te houden over de hele duur van de opleiding.
Zo kan er informatie of beeldmateriaal gezocht worden die in relatie staan tot elke specifieke opdracht, thema of onderwerp. Waarnemingstekeningen en ontwerpschetsen kunnen bijgevoegd worden, alsook alle aan bod gekomen technieken, materialen en bekomen vaardigheden kan men hierin bespreken. Daarnaast wordt ook verwacht dat de student in deze map zijn persoonlijke smaak en visie i.v.m het esthetisch beleven van beeldende kunsten neerzet.
Ook het inhoudelijk interpreteren van de opdrachten, met name de compositieopdrachten, moeten hierin verwoord worden. Op deze manier bekomt elke leerling op het einde van zijn opleiding een persoonlijk en origineel werkboek.

Optievak “kappen”

Vanaf schooljaar 2013-2014 startten we bij de afdeling beeldhouwen met een nieuw project. Het kappen in zowel hout als steen wordt mogelijk gemaakt vanaf het eerste lesjaar. Bij het hakken passen we eerst de profielmethode toe om de overtollige delen weg te halen en op zoek te gaan naar de uiterste punten van onze vorm. Vanuit deze gevonden punten gaan we op zoek naar steeds kleinere sferen of rotatievormen. Op deze manier worden details zichtbaarder én blijven ze constant deel uitmaken van het grote geheel. Via deze rotatie- of sfeertechniek blijft de samenhang belangrijk en is correctie steeds mogelijk gedurende het hakproces (de angst om te veel weg te halen wordt aanzienlijk minder groot).

Tijdens de eerste opdrachten gebruiken we de boeiende wereld van fauna en flora als inspiratiebron. Ritme, harmonie, textuur en verhoudingen worden onderzocht en via een combinatie van diverse materialen en technieken gaan we op zoek naar een persoonlijke beeldtaal. Het creatieve proces en de individuele evolutie staan in deze opleiding centraal.

De bewerking van steen en hout wordt handmatig aangeleerd, enkel om grotere stukken weg te halen worden er machines gebruikt.

De cursus wordt gegeven op dinsdag voormiddag, woensdag voor – en namiddag, donderdag voor - en namiddag, donderdagavond, en zondagvoormiddag. Dinsdagavond is het ook mogelijk om de voorstudies te bespreken.
De cursus bestaat in het totaal uit acht lesuren per week.

Op vrijdag 28 augustus 2015 gaat er een gratis introductieles door in het kapatelier van de Academie. Deze kennismaking start om 10:00u en eindigt rond 16:00u.

 

meer info

De Specialisatiejaren (6+7°jaar)

Na vijf jaren studie is er de mogelijkheid om zichzelf te specialiseren gedurende twee jaar. Voorwaarde is wel dat de leerling een persoonlijke beeldtaal heeft ontwikkeld en een eigen visie heeft over beeldende kunst in het algemeen. De opgedane kennis en ervaring van de vorige jaren moeten voldoende ontwikkeld zijn, opdat de leerling in staat is om zelf te kiezen wat er tijdens deze twee jaren gaat gebeuren.
Uiteraard blijven de docenten het hele proces opvolgen en begeleiden maar hoofdzaak is dat de leerling zelf een thema of idee aanreikt en niet andersom.